Bewaring Broedeieren

Attention: open in a new window. PDFPrintE-mail

Een broedei is de baarmoeder voor het jonge kuiken. Voor de productie van een goed broedei is een juiste voeding, huisvesting en verzorging noodzakelijk. Ook de hygiëne speelt een belangrijke rol. Bij het verzamelen, sorteren en inpakken moet voorzichtig worden gehandeld om beschadiging van de eischaal of in het ei aanwezige embryo te voorkomen.
De eisen die we aan een broedei zouden moeten stellen zijn:

  • normale vorm.
  • normale grootte en gewicht.
  • een schone, hele en sterke schaal.
  • vers.
Na een broedei van goede kwaliteit te hebben verzameld. Is het van belang die kwaliteit te behouden, daarvoor is een goede bewaring noodzakelijk.

Waar men aan moet denken bij het bewaren van de eieren

  1. De broedeieren moeten worden bewaard in een schone en stofvrije ruimte;
  2. De temperatuur in deze ruimte moet liggen tussen 15-18 °C. afhankelijk van de bewaarduur. De temperatuur van een pas gelegd ei is ongeveer 41 °C. Bij deze temperatuur is de kiemschijf nog volop in ontwikkeling. Doordat het ei afkoelt wordt deze ontwikkeling stopgezet. De overlevingskansen van het embryo zijn het grootst als de temperatuur van de ei-inhoud binnen 5-6 uur na het leggen van 41°C naar minder dan 25 °C wordt verlaagd.
  3. De Relatieve Luchtvochtigheid moet 75-80% zijn. De RV is namelijk van invloed op het vochtverlies van de broedeieren. Hoe lager de RV des te hoger het vochtverlies van de broedeieren. Dit zal de broedresultaten en de kwaliteit van het kuiken nadelig beïnvloeden. Een goede bewaarruimte qua temperatuur en vochtigheid bijvoorbeeld een kelder
  4. Zet de eieren niet op de grond maar op een hoogte van 25 cm. Dit om koude trek of optrekken van kou te voorkomen.
  5. Zet de eieren met de punt naar beneden op schone trays.
  6. Indien de eieren langere tijd bewaard moeten worden, is het aan te raden de eieren dagelijks te keren.
De Opfok
De tijd van opfok


De meest geschikte tijd om kuikens op te fokken is het voorjaar. Vanaf eind januari tot en met april grote rassen en voor krielrassen tot en met eind mei. Op deze wijze kweekt men dieren die goed door groeien, terwijl het risico van ziekten tijdens de opfok in het koude jaargetijde veel geringer zijn.

Het opfokhok

Het is van het allergrootste belang dat de kuikens worden opgefokt in een apart opfokhok of desnoods anders in een kippenhok waarin gedurende maanden geen kippen meer gehuisvest zijn geweest. Hokken tot het laatst toe in gebruik, zijn niet meer vrij te krijgen van ziektekiemen en zijn voor de kuikens erg gevaarlijk. Voor ons sportfokkers is dit erg moeilijk te verwezenlijken. Bij ons ontbreekt daarvoor meestal de ruimte. Daarom is het een eerste vereiste om de hokken zeer goed te reinigen bijvoorbeeld met soda en zeep en daarna te ontsmetten. Hier zijn verschillende middelen voor in de handel. Bestrijking van de vloer met kalk is zeer aan te raden. In het opfokhok is evenals bij hokken voor volwassen hoenders, een goede ventilatie erg belangrijk. De kuikens zijn natuurlijk te teer voor open fronthokken. Maar in het algemeen is men te bezorgd voor de kuikens. Zet zo gauw het weer het toelaat, de ramen open en laat de kuikens naar buiten, ( mits het terrein niet besmet is.)

De bodembedekking

Als bodembedekking is een dikke laag houtkrullen heel goed.
Zorg ook dat er altijd in een hoek wat scherp zand (rivierzand) aanwezig is, waaruit de kuikens maalsteentjes ( voor de spijsvertering) kunnen oppikken. Onder of rondom de kunstmoeder legt men papier, om de eerste dagen op te voeren.( deze wel iedere morgen vervangen door nieuwe ) Men doet dit om besmetting met coccidiën, eventueel aanwezig in de uitwerpselen van de kuikens, te voorkomen. Deze coccidiën veroorzaken de zo gevreesde kuiken ziekte, Coccodiosis. Gebleken is dat deze coccidiën pas gevaarlijk worden als de mest ca. 36 uur oud is. Terdege dient gewaakt te worden tegen overbevolking.

Gaasbodem

Na ongeveer zeven dagen kan men onder de kunstmoeder een gaasbodem aanbrengen. Daar de mest door de mazen van het gaas heen valt, vermindert de kans op besmetting.
Een ander groot voordeel van de gaasbodem is, dat de kuikens los van de grond komen te zitten dus geen gevaar lopen te verbroeien of te verstikken. Na ongeveer 4 weken ( afhankelijk van de weersomstandigheden ) is de verwarming overbodig geworden en moet men de kuikens laten wennen op zitstokken te gaan. Deze moet wel 6 á 7 cm. breed zijn en goed afgerond. Om dit te bevorderen kan men een lamp boven de zitstokken hangen. Een lattenrooster of draadrooster is ook aan te bevelen.

De kunstmoeder

Voor de opfok van kuikens is gedurende de eerste vier weken warmte nodig, die op verschillende manieren kan worden verkregen. De praktijk heeft geleerd dat men met alle in omloop zijnde kunstmoeders goede resultaten kan hebben, mits men de voor iedere kunstmoeder specifieke voorzorgen in acht neemt. Te veel warmte, zelfs gedurende korte tijd, kan funeste gevolgen hebben. Nog gevaarlijker wordt het, wanneer een te hoge temperatuur samen gaat met een te hoge vochtigheid.

Dit laatste kan zich vooral voordoen bij kunstmoeders, waarbij de kuikens onder de kap zitten en de ruimte onder de kap rondom ook nog met lappen is afgesloten. Tot overmaat van ramp is dan ook het hok nog vaak potdicht, zodat er van ventilatie geen sprake kan zijn. Dorre bleke kuikens zijn de onmiddellijke kentekenen van deze opfok. Te weinig warmte, waardoor de kuikens op een kluit gaan staan, is eveneens verkeerd. Vooral bij elektrische kunstmoeders is het gewenst gedurende de eerste week rondom de kunstmoeder een ring van karton aan te brengen. Iedere pluimveehouder moet voor zichzelf beoordelen, of de kuikens het naar hun zin hebben. Onder goede omstandigheden zijn de kuikens beweeglijk, begeven zich buiten de warmtebron voor het pikken van voer, om te drinken en wat rond te scharrelen. ‘s Avonds ziet men de kuikens rustig liggen rondom of onder de kunstmoeder. Schrille piepgeluidjes wijzen er op dat er iets niet in orde is.

Iedere kunstmoeder dient minstens 24 uur in werking te zijn alvorens de kuikens er bij geplaatst worden , zodat het op de bodem liggende strooisel goed droog is.

Er zijn verschillende warmtebronnen in de handel, zoals elektrische kapkunstmoeder, de straallamp, elementverwarming, enz. Allen hebben hun voor- en nadelen, maar ze zijn allen heel goed bruikbaar. Men moet er wel op letten dat de hoogte tussen de 40 en 50 cm bedraagt, dit afhankelijk van de temperatuur van de omgeving.

Zomerhokjes

Teneinde de jonge hennen op onbesmet terrein te kunnen opfokken, wordt er wel gebruik gemaakt van zomerhokjes. De jonge dieren gaan er naar toe op een leeftijd van ca. 7 weken. De opfokresultaten in zomerhokjes zijn in het algemeen bijzonder gunstig. Niet alleen het onbesmet zijn van het terrein speelt hierbij een rol, maar ook het feit dat zomerhokjes veel frisser en luchtiger zijn dan doorgaans de bestaande opfokhokken. Zomerhokjes kunnen op velerlei manieren gemaakt worden.

Veel succes gewenst,

Lei Cuijpers