Het selecteren van kuikens

Attention: open in a new window. PDFPrintE-mail

De selectie moet ten alle tijde plaats vinden, dan alleen zal ze aan het doel beantwoorden, namelijk het houden van pluimvee op de meest economische wijze.

Men kan niet volstaan meteen maal in het jaar zijn hoenders te laten uitzoeken ener verder niet meer naar om te zien. Bij wijze van spreken moet elke dag worden geselecteerd, steeds moet men elke verandering bij de dieren waarnemen en ogenblikkelijk handelend optreden. Een broedse hen moet direct worden afgezonderd, op een bodem van gaas of latten worden geplaatst en normaal van voedsel en water worden voorzien, opdat ze slechts een paar dagen het leggen van eieren onderbreekt. Dit is reeds een vorm van selectie en zo moet men steeds een dier, dat. zich minder gezond voelt of een afwijking vertoont, direct afzonderen, hetgeen meestal opruimen betekent.. Het selecteren begint reeds bij de geboorte. Een verstandige fokker zal uitsluitend volwaardige kuikens opfokken en alle diertjes, die afwijkingen vertonen of minder krachtig zijn, afzonderen. Tijdens het opfokken is er altijd wel een kuiken, dat slechter groeit dan de rest en ook dit moet worden uitgeselecteerd. De haantjes worden zo spoedig mogelijk bij de hennetjes weggehaald. Het is afhankelijk van het ras op welke leeftijd dat dit kan. Rond de 9 รก 10 weken, als de dieren geringd moeten worden, is weer een goed tijdstip, om goed te selecteren. Alle dieren, die dan te licht van gewicht zijn in verhouding tot de andere, enigszins slap aanvoelen, te bleke poten hebben, bleek van kop zijn, slechte ooguitdrukking vertonen, kortom achter staan bij de rest, worden afgezonderd. Tegen de tijd dat de jonge hennen beginnen te leggen, worden ze nogmaals geselecteerd. Een goede leghen zet het voer dat zij meer opneemt dan zij voor haar onderhoud nodig heeft, om in eieren. Bij een normale voeding krijgt een goede hen eigenlijk de kans niet om vet te worden, dit in tegenstelling met een gezonde, onproductieve hen. Een goede hen heeft, ten tijde dat zij in productie behoort te zijn, nooit een vetbuik.

Achter en boven de punt van het borstbeen is door de buikwand heen de spiermaag gemakkelijk te voelen. De buikwand zelf is soepel, de huid dun, zacht en plooibaar. De gezonde onproductieve hen daarentegen is maar al te dikwijls een vetklomp, waarbij de binnenzijde van de buikwand, de spiermaag en de ingewanden met een laag vetweefsel zijn bekleed, waardoor de spiermaag niet of slechts onduidelijk is te voelen. De buikwand is stug en de huid dik en weinig plooibaar. Een dergelijke hen vertoont bovendien vaak tekenen Van grofheid, zoals zware, min of meerronde loopbenen, een wat grove lichaamsbouw, een minder fijn kopje met dikke in de oogkas verzonken ogen, iets te dikke oogleden en grove kopversierselen. Een goede leghen heeft fijne, zijdelings afgeplatte loopbenen, een fijn kopje met als het ware uit hun oogkassen naar voren springende, levendige ogen en kam en kinlellen van fijn weefsel. Een gezond dier is goed gespierd, goed bevleesd, heeft een goed gesloten, glad verenpak, staarten vleugels worden goed gedragen, de uitdrukking van de kop is helder en levendig, de snavel kort en krachtig, de kopversierselen vol en felrood van kleur.. Van dieren met bleke, paarsblauwe of geelgekleurde kammen, met droge, niet vol ontwikkelde, min of meer verschrompelde kopversierselen, met een smal, bleek en ingevallen gezicht en lange ver overstekende bovensnavel, van slecht bevleesde dieren met hangvleugels, druipstaart, dorre, losse bevedering en met trage, slome gang en in elkaar gedoken houding, is geen goede productie te verwachten. Hoe eerder zij worden opgeruimd, hoe beter.