Geen medelijden met zwakkelingen en misvormden

Attention: open in a new window. PDFPrintE-mail

 

In de natuur vallen veel dieren ten prooi aan de soort, die in de natuur over hun heerst. Hierdoor blijft het evenwicht in de natuur gespaard.

 

 

De zwakke, zieke, misvormde of oude dieren vallen hierdoor onherroepelijk uit de voortplantingscyclus, zodat alleen met de sterkste wordt voortgeplant. De natuur is wreed, er heerst "het recht van de sterkste". Hierdoor blijft niet alleen de natuur in haar juiste evenwicht, maar wordt er ook automatisch geselecteerd op de sterkste van de soort. In onze sportfokkerij kent men schiftingsmethodes, om op deze wijze alleen de gezonde en krachtigste exemplaren uit te kiezen voor de fokkerij. Oude en zieke dieren worden pijnloos gedood als het leven voor deze dieren een kwelling wordt. Geen enkele dierenvriend met een gezond verstand zal daar aanstoot aan nemen. In onze sport zal te veel medelijden met een dier de liefhebber aan verschillende gevaren bloot stellen. Daar dient men zich voor te wachten. Wij mogen geen medelijden hebben in onze liefhebberij met zwakke of misvormde dieren.

 

Geen valse hoop koesteren en ons zelf wijs maken dat wij met lapmiddelen van zo'n brokje wanhoop nog een volwaardig dier kunnen maken. Het gevaar bestaat dan dat men door de zieke en zwakke in bescherming te nemen, de gezonde dieren aan deze gevaren gaat bloot stellen. De gevaren van de zogenaamde overbevolking, omdat men alles aanhoudt, zijn veel groter, dan men voor mogelijk zou houden. Het tweede gevaar waaraan men zich bloot stelt is het sneller verspreiden van ziekten en epidemieën in de stal. Iedereen weet dat een zwak gestel vatbaarder is voor besmettingen, omdat de weerstand in dat lichaam afneemt. Het zijn de dieren die sterk en vitaal zijn met een gezond organisme, die weerstand kunnen bieden en tegen een stootje kunnen. De dieren die het eerst worden aangetast door een bepaalde ziekte, bijvoorbeeld ingewandstoornis, zijn gewoonlijk juist die dieren die men ten koste van veel moeite en zorgen toch heeft weten groot te brengen.

 

Met schade en schande zal men dan moeten erkennen dat deze zorg een averechtse werking heeft gehad. In de stal moet men alleen sterke en gezonde dieren gedogen. Hun overlevingskansen zijn het grootst en ook hun nazaten erven die gezondheid. Dit is de basis voor de opbouw van een goede stam, waarin na een bepaalde tijd de zwakkelingen en misvormden niet meer zullen voorkomen. Dit doel zal men toch ook voor ogen moeten houden, omdat men alleen in de prijzen valt op een tentoonstelling met goede en gezonde dieren. In onze sport mag men dus geen medelijden hebben met de zwakke broeders omdat dit niet kan bijdragen tot de verheffing van onze sport en de verbetering van de rassen.