Broeden met broedmachine

Attention: open in a new window. PDFPrintE-mail

Broeden met de broedmachine

Er zijn verschillende soorten broedmachines te koop,van vlakbroeders tot motorbroedmachines,en ook van verschillende formaten.

Zo zijn er al broedmachinetjes voor een stuk of 20 eieren,dat is ook mede afhankelijk of het eieren van grote rassen zijn of van dwergrassen.

Zelf heb ik goede ervaringen door de jaren heen met de motorbroedmachine.


De ventilator draait ,en verdeelt daardoor de warmte gelijkmatig rond de eieren.

Plaats de machine op een rustige plaats waar een zo gelijkmatig mogelijke temperatuur is,en ook een gelijkmatige luchtvochtigheid,en buiten bereik van zonnestralen.

En op een stevige trilvrije ondergrond,want een teveel aan trillingen kunnen schadelijk zijn voor het embryo.

Wat voor alle machines geldt is de broedtemperatuur.

Over het algemeen wordt het beste resultaat bereikt met

100 graden fahrenheit,gelijk aan 37,5 graden celcius,en een luchtvochtigheid van 40%,maar dat kan per machine verschillen,daarom is het t beste om de gebruiksaanwijzing van de fabrikant te volgen.

Tijdens de uitkomst mag de luchtvochtigheid 70 % zijn.

De temperatuur is heel belangrijk.

Is die te laag dan zal het broedproces zo,n 1,5dag langer duren dan gebruikelijk,duurt het te lang heb je meer kans op afwijkingen en niet levensvatbare kuikens.

Is de temperatuur te hoog heb je kans op kuikens met kromme tenen,afwijkingen aan de snavel en sterfte.

Tenzij men een machine heeft met een automatische keerinrichting,dienen de eieren 3x verdeeld over de dag gekeerd te worden.

Dat moment is tevens geschikt om meteen de temperatuur en de luchtvochtigheid te controleren.

Op de 18e dag van het broedproces kunnen de eieren in de uitkomstlade gelegd,die hoeven dan niet meer gekeerd te worden omdat het embryo niet meer draait in het ei.

Tevens dient dan de luchtvochtigheid opgevoerd te worden,dat kan vrij eenvoudig door extra waterbakjes te plaatsen(pas wel op dat de uitgekomen kuikens daar niet in kunnen komen,met gevaar voor verdrinking),door met de plantenspuit te vernevelen,of door een vochtig doekje onder de eieren te leggen.

Dit zijn algemene richtlijnen.

Het is het beste om zich houden aan de gebruiksaanwijzing van de fabrikant, die bij de te gebruiken machine hoort.

Geruime tijd voordat de eieren ingelegd worden is het handig om te gaan proefdraaien met de machine,zodat er tijd genoeg is om deze goed op temperatuur te stellen voor t broeden,zodat er tijdens het broedproces de temperatuur niet steeds hoeft te worden bijgesteld.

Het is aan te bevelen de machine 24 uur voordat men de eieren in gaat leggen aan te zetten,zodat deze goed op temperatuur is bij de start van het broedproces.

Na 7 dagen kunnen de eieren dan geschouwd worden,kijken door de eischaal of het ei is bevrucht.

Dat gaat het gemakkelijkste met een schouwlampje.

Is het ei bevrucht ziet men wat bloedaderen en een zwart bolletje.

Het verschil met een onbevrucht ei is dan duidelijk waar te nemen.

Na 14 dagen is het ei voor t grootste deel gevuld met het embryo.

En op de 18e dag wordt het tijd om de eieren in de uitkomstlade te leggen.

Op de 20e dag zullen de eerste Australorpkrielen al uit het ei komen,op de 21e dag volgt dan de rest.

Ligt er op de 22e dag nog steeds 1 of meerdere eieren,al dan niet aangepikt, dan kunnen deze opnieuw geschouwd worden om te zien of er nog leven in zit.

Uitpellen is niet aan te raden.

Een kuiken wat niet sterk genoeg is om geheel zelfstandig uit het ei te komen is over t algemeen te zwak,of heeft vaak een afwijking aan snavel of pootjes,dat moeten wij niet willen.